Hoe maak je een werkstuk?

Het werkstuk

De kinderen van groep 7 gaan een werkstuk maken. Tevens gaat ieder kind, later dit jaar, een presentatie geven over zijn of haar werkstuk aan de hand van een zelfgemaakte PowerPoint. Eén onderwerp dus voor het werkstuk en spreekbeurt.

Hieronder een paar tips. Ook heb ik de beoordelingscriteria toegevoegd. Misschien prettig om te zien aan de hand van welke criteria het werkstuk wordt beoordeeld.

De tips

  1. Begin op tijd.
    Dan kun je op je gemak de informatie verzamelen en je werkstuk voorbereiden.
  2. Je onderwerp
    Wat vind je leuk? Kies een onderwerp waar je al wat over weet. Je praat altijd makkelijker over dingen die je echt interesseren.
  3. Bedenk wat je wilt te weten wilt komen en wat je wil vertellen
    Schrijf in één zin op waar jouw werkstuk/presentatie over gaat. Dat is de basis van de rest van je tekst.
  4. Onderzoek
    Zoek informatie over je onderwerp. Zet eerst op een rij wat je al weet. Op internet en in de bibliotheek kun je daarna de informatie zoeken.
  5. Schrijf de informatie op
    Kies de belangrijkste zaken waar je het over wilt hebben en denk al na over mogelijke hoofdstukken. Maak een verslag van de informatie die je hebt gelezen. “Kopiëren en plakken” mag, maar geef er een eigen touch aan (gebruik je eigen woorden).
  6. Orden je informatie en maak hoofdstukken.
    In welke volgorde ga je die belangrijkste zaken nu opschrijven? Het werkstuk moet een opbouw hebben; een inleiding, een middenstuk en een slot. Je begint je werkstuk altijd met een inhoudsopgave. In de inleiding vertel je waar je het over gaat hebben en waarom je voor dat onderwerp gekozen hebt. De hoofdstukken behandel je in het middenstuk. In het slot geef je een conclusie of een samenvatting van wat je al verteld hebt in het middenstuk.
  7. Zoek plaatjes en tekeningen
    Alleen maar tekst is natuurlijk erg saai. Daarom zoek je plaatjes op internet of in tijdschriften. Je kunt ook zelf een tekening of passende foto maken.
  8. Bronvermelding                                                                                                                                                                                                                         Schrijf waar je de informatie en illustraties vandaan hebt. Dan weten mensen waar ze er meer informatie over kunnen vinden.

Als je werkstuk af is lever je het in. De uiterste inleverdatum is maandag 24 februari.

Nog even een laatste check……

  • Is de voorkant mooi en verzorgd?
  • Staat het onderwerp op de voorkant?
  • Staat je naam op de voorkant?
  • Heb je een inhoudsopgave gemaakt met paginanummering?
  • Heb je een inleiding geschreven?
  • Heb je genoeg hoofdstukken geschreven (zeker 4)?
  • Staat het in “je eigen woorden”geschreven?
  • Heb je een spelling- check gedaan door je ouders of iemand anders?
  • Heb je genoeg plaatjes ingevoegd (bij elk hoofdstuk minstens 1)
  • Heb je een slotwoord geschreven
  • Op de allerlaatste blz. komt de bronvermelding

Let op: Het werkstuk moet tussen de 1000 -1500 woorden (exl. inhoudsopgave) bevatten en geschreven worden in Arial 12 !!!

Het werkstuk wordt nagekeken en beoordeeld. Dan krijg je het werkstuk terug. Je gaat dan van het werkstuk een PowerPoint maken. In de klas bespreken we hoe dat moet, maar misschien weet je het allang! In overleg met de juf kiezen we een datum waarop jij je werkstuk aan de hand van de PowerPoint gaat presenteren aan de groep. De presentatie mag uiterlijk een kwartier duren. Hier nog wat tips;

  1. Oefen de presentatie thuis voor de spiegel. Als het goed is weet je al heel veel van het onderwerp, want je hebt er een heel werkstuk over gemaakt. neem de tijd op. Houd je presentatie een dag van te voren voor je familie.
  2. Kijk je klasgenoten aan, neem rustig de tijd
  3. Praat rustig en duidelijk
  4. Je mag ook vragen stellen aan je “publiek”
  5. Je mag attributen meenemen om het extra interessant te maken
  6. Maak je niet te zenuwachtig. We hebben al veel geoefend met de gedichten en dat gaat bij iedereen goed!

De beoordeling

Het werkstuk wordt op de volgende punten beoordeeld;

  1. Voorkant (netheid, duidelijkheid,aantrekkelijk, naam, titel)
  2.  Indeling (inhoudsopgave, inleiding, hoofdstukken, slotwoord)
  3. Tekst (uitwerking, spelling, hoeveelheid, zinsbouw)
  4. Illustraties (voldoende, passend bij tekst, plaats)
  5. Computergebruik (lay-out, lettergrootte, paginanummers ingevoegd, kop-en voetteksten gemaakt)